Monster name

Home / Monster name

Bloed, plasma en serum

De eerste stap voor iedere test is de pre-analyse. Dit omvat o.a. voorbereiding van de patiënt, keuze van de juiste bloedbuizen, afnametechniek, de behandeling van de monsters na afname en transport naar het laboratorium.

Voorbereiding van de patiënt

Voordat het monster wordt afgenomen moet het dier 10-12 uur nuchter zijn. Als dit niet zo is dan kunnen bepaalde testuitslagen beïnvloed worden. Dit geldt vooral voor de volgende parameters: cholesterol, glucose, TLI, amylase, ALT, AST, bilirubine, totaal eiwit, triglyceriden, galzuren, calcium en leukocyten.

Ook fysieke activiteit kan een significante invloed hebben op testuitslagen. Dat geldt vooral voor CK, LDH, AST, glucose en lactaat.

Identificatie

Het is belangrijk dat het opdrachtformulier en de buisjes duidelijk gelabeld worden met onze barcodes of met de naam van eigenaar en dier. Wanneer een functietest wordt uitgevoerd, moet ook het afnametijdstip op het buisje worden geschreven. Wanneer op meerdere tijdstippen bloed wordt afgenomen – bijvoorbeeld bij een stimulatietest – is het belangrijk om duidelijk de volgorde van de buisjes aan te geven.

Welk materiaal moet ingestuurd worden?

Informatie over het monstermateriaal (bloed, serum, plasma) is te vinden in onze catalogus of op de opdrachtformulieren.

EDTA-bloed


  • Bloedbeeld en morfologie van bloeduitstrijkjes (voor vogels en reptielen is hiervoor lithiumheparine-bloed nodig!).
  • Veel PCR testen voor infectieuze agentia en genetica.
  • EDTA-plasma wordt alleen bij uitzondering gebruikt voor biochemische of serologische bepalingen, omdat EDTA kan interfereren met de testmethode.

Serum


  • Voor serum wordt het bloed in buisjes zonder anticoagulans gedaan.
  • Na bloedafname dient het bloed 30-60 minuten in deze buis te blijven om een stolsel te laten ontstaan. Een uitzondering hierop is als het serum gekoeld moet worden verstuurd. In dat geval moet het al na 20 minuten worden gecentrifugeerd en daarna meteen gekoeld.
  • Centrifugeer 5 minuten op 4000 rpm of 10 minuten op 3000 rpm.
  • Het serum dient overgebracht te worden in een nieuwe, schone buis.
Plasma

  • Het plasma dient afgenomen te worden in een buis met het juiste anticoagulans (EDTA, heparine, citraat). Schrijf op de buizen EP voor EDTA plasma en HP voor heparine citraat plasma.
  • Let op: het anticoagulans limiteert welke bepalingen gedaan kunnen worden!
  • Het bloed kan direct na afname worden gecentrifugeerd (10 minuten op 3000 rpm).

Volbloed

  • Het beste materiaal voor biochemische en serologische bepalingen is serum.
  • Als het niet mogelijk is het serum te verkrijgen, dan is het belangrijk er rekening mee te houden dat bepaalde parameters niet stabiel zijn in volbloed. De waarde van bijvoorbeeld glucose en fosfaat in niet-gecentrifugeerd serum is beperkt.
  • Tijdens transport kan het celmembraan van de erythrocyten beschadigen met hemolyse als gevolg.

Beperkende factoren

Hemolyse

Hemolyse is het uit elkaar vallen van erythrocyten, waardoor de intracellulaire componenten vrijkomen in het serum of plasma. Naast ijzer en kalium is dat vooral hemoglobine, waardoor het serum of plasma rood verkleurt. Deze verkleuring kan fotometrische bepalingen van biochemische parameters beïnvloeden.

Verhoogd door hemolyse:

  • LDH, CK, AST, bilirubine, AP, creatinine, Ca, glucose, fosfaat, K, Mg, Fe, fructosamine, hemoglobine

Lipemie

Lipemie is de aanwezigheid van veel vetten, waardoor het serum of plasma een wolkig-melkachtige uiterlijk krijgt. Meestal wordt het veroorzaakt door recente voeding of stress.

Verhoogd door lipemie:

  • ALT, AST, AP, bilirubine, glucose, Ca, fosfaat, totaal eiwit, lipiden, hemoglobine
Verlaagd door lipemie:

  • albumine, amylase, Na, Cl, K, fosfaat

Icterus

Icterus is een geelverkleuring van serum of plasma door een overmatige hoeveelheid bilirubine. Dit is meestal pathologisch.

Verhoogd door icterus:

  • AP, totaal eiwit, Cl, fosfaat
Verlaagd door icterus:

  • triglyceriden, creatinine, Mg

Medicatie

Ook medicatie kan de waarden van biochemische parameters beïnvloeden:

Penicilline G – ↑ K
Tetracycline – ↑ fosfaat, ↓ K
Salicylaten – ↓ K
Corticosteroïden – ↑ CK, ↑ AP, ↑ glucose, ↑ Na, ↑ totaal eiwit, ↓ K, ↓ Ca
Barbituraten – ↑ CK
Fenylbutazon – ↑ Ca, ↑ Na
Halothaan – ↑ CK, ↑ fosfaat
Glucose – intraveneus infuus – ↑ glucose, ↓ fosfaat

Overige informatie

Morfologie

  • EDTA- of heparine-bloed.
  • Het is verstandig de eerste 0,5 ml bloed weg te gooien, omdat dit verhoogde hoeveelheden stollingsfactoren bevat.
  • Het bloed moet zo worden afgenomen dat het voorzichtig langs de wand van de buis naar beneden stroomt.
  • De bloedbuis niet overvullen.
  • Na afname de buis voorzichtig zwenken om het bloed en anticoagulans te mengen.
  • Als er verdenking is van een coagulopathie dan is het verstandig meteen een uitstrijkje te maken.
  • In de winter en zomer moet het materiaal beschermt worden tegen bevriezen respectievelijk hoge temperaturen.

Bepaling van glucose en lactaat


  • Dit is alleen mogelijk uit een buis met natriumfluoride als anticoagulans.

Stollingsparameters


  • De testen kunnen uitsluitend worden gedaan op natriumcitraat-plasma. De volumeverhouding bloed: citraat dient 9:1 te zijn.
  • Bij kant-en-klare citraatbuizen dient de buis tot het aangegeven volume te worden gevuld.
  • Zijn deze buizen niet voorhanden, dan dient de citraat (3,13%) vóór bloedafname in de spuit te worden gedaan.
  • De bloedcellen moeten binnen 30 minuten na afname worden gecentrifugeerd en het plasma dient te worden overgebracht in een nieuwe schone buis (zonder citraat!).
  • Gebruik geen naalden of katheters met heparine.